|

Familieverhalen Van Zijl op boerderij Ter Hul 1

Familieverhalen Van Zijl op boerderij Ter Hul 1
©: Familie Van Zijl (Bunnik)

Driekus Van Zijl: Ik ben geboren in 1904 op boerderij Ter Hul in Bunnik, en getrouwd  met Hendrika Hillegonda Maria Makker op 4 november 1942 te Eemnes. Wij komen beide uit een groot gezin. Zo waren we het wel gewend om met veel mensen om de tafel te zitten. Bij ons, ‘op Ter Hul’, was het altijd de zoete inval! Ik word later als levensgenieter gekenschetst in de goede zin van het woord. Ik heb inderdaad mijn leven welbesteed en het was intensief. Tijdens een vakantie in Fuengirola in Spanje was ik me plotseling bewust van het feit dat ik geboren ben als boerenzoon, en dat ik het geluk heb gehad de omwenteling van 1904-1984 van zeer nabij te hebben meegemaakt. Ik heb met de oude gebruiken nog gewerkt. Laat ik ’t eens proberen om mijn herinneringen op te schrijven.

Ik wil graag over mijn ouders schrijven. Zij heten Piet Van Zijl, (Petrus), 1860 - 1938 , en Griet De Jong (Margretha) uit Blaricum, 1865-1940. Mijn vader is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw heette Johanna Cornelia De Wit, zij kwam uit Vreeswijk (1858-1893).

Na 3 gelukkige jaren sloeg hem het noodlot toe. Bij de geboorte van het derde kind stierf zij in het kraambed. Mijn vader vertelde mij, een zeer zware tijd te hebben meegemaakt. Zo bleef hij met drie kleine kinderen achter. De familie heeft hem geweldig geholpen, vertelde hij vaak. Hoe lang hij weduwnaar is geweest, is mij niet bekend. Wel dat hij op aanraden van Pastoor Jansen zijn tweede vrouw uit Blaricum heeft leren kennen. Margretha Clazina De Jong.

Hij vertelde dat het niet gemakkelijk was een meisje uit Blaricum weg te halen. Dat ging vaak met vechten en ruzie gepaard. Doch ik voelde me sterk, zei hij dan, en opgewassen tegen zo’n stel dorpelingen. Na ze een paar keer uit elkaar geslagen te hebben, heb ik weinig last meer van hun gehad. Ik ging altijd met de Tilbury en wat er dan gebeurde was, dat zij het paard onverwacht een klap met de zweep gaven. Doch ik was voerman genoeg om hem in bedwang te houden. Uit het huwelijk van mijn ouders zijn naast de 3 kinderen, nog 9 geboren; 6 jongens en 3 meisjes. Mijn ouders hebben in totaal 12 kinderen grootgebracht, waarvan ik het 10e kind ben. 

Mijn moeder is geboren in 1865 in Blaricum, waar zij haar jeugd heeft doorgebracht. Zij kwam uit een gezin van 8 meisjes en 2 jongens. Haar vader was tegelijk boer, grutter, en burgemeester van Blaricum. Er is een weg naar hem genoemd, de burgemeester de Jongweg. De boerderij is een Rijksmonument en op het land staat een korenmolen. Het gezin van mijn moeder kwam uit een erfgooiers geslacht. Zij kon prachtig vertellen over hen en over de meent. 

De meent en de erfgooiers 

Over het ontstaan van de meent bij Blaricum volgden we haar naar het jaar 968. Er leefde een graaf Wichman met zijn echtgenote, Luetgardis, dat was weer de dochter van een der graven van Vlaanderen. Deze graaf Wichman bezat 2 dochters en 1 zoon. Zijn vrouw kwam te overlijden toen de dochters huwbaar waren. Eén van de dochters schijnt met het geld van haar vader een klooster te hebben gesticht. Het klooster werd gebouwd op de Eltenberg, en werd later opgekocht door Floris V, gelijk met de eigendommen die in het Gooi waren gelegen. Dat zette veel kwaad bloed, en dat werd nog erger, toen de bisschop van Utrecht zich ermee ging bemoeien. Hij kwam in conflict met de heren van Amstel en de Graven van Holland. De bisschop wist hun te dwingen hun eigendommen ook te verkopen aan Floris V. Dat was zwaar tegen het zere been van de samenzweerders en edelen. Als wordt vermoed waar ondertussen Floris gevangen wordt gehouden en wanneer hij verplaatst wordt door koerier Gerard van Velzen, dan liggen de erfgooiers op de Laarder heide in hinderlaag om Floris V te bevrijden. Gerard van Velzen wordt bang en keert terug naar Slot Muiden, waar hij Floris vermoord. Dat de boeren toen getracht hebben Floris V te bevrijden is naar alle waarschijnlijkheid goed in gedachte gebleven, en zeer wel de reden zal zijn geweest, om al dat land dat ruim 6000 hectare groot was, aan de erfgooiers te geven.

Op de meent kwamen boeren uit Blaricum, Laren, Huizen en trokken hiervan profijt. Het hooiland was dan afgezet en verdeeld onder de scharende boeren. Er waren in het jaar 1700 1083 gerechtigden, waarvan 624 niet scharende boeren. Soms liepen wel 500 koeien of nog wel meer op een koppel. In die tijd kwam het nogal eens voor, dat een boer soms wel 4 of 5 koeien op de meent meer liet lopen. Dat vee werd dan verbeurd, verkocht verklaard, en de opbrengst werd in de pot van stad en land gedeponeerd. Dat werd dan weer zwaar aangevochten door de niet erfgooiers. De herrie brak pas goed los, toen bekend werd gemaakt, dat al het vee dat naar de meent werd gebracht, gebrandmerkt moest worden. De opposanten probeerden hun vee zo op de meent te krijgen. 28 april 1904 is er toen nog een dode gevallen, een zekere Christiaan Smit uit Laren. Daarna is er wel een kleine correctie geweest, door bijvoeging van wat nieuwe leden, en de rust was weer gekeerd. 

Als een spoorlijn wordt aangelegd, de Ooster spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort, loopt deze lijn dwars door de meent, juist daar waar veel zand aanwezig was. Er was op de eerste plaats zeer veel wild op de meent, en ten tweede, door de uitbreiding van de dorpen en door de aanleg van de spoorlijn, kwam er vanzelf meer vraag naar wildbraad. Hoe lucratief werd dit? Het was bij de erfgooiers op de meent de gewoonte om het jachtrecht geheel aan zichzelf te houden. Ook was het een tijd geweest dat zij het wild niet zo gemakkelijk geplaatst konden krijgen. De erfgooiers zelf hadden daar ook niet zoveel tijd voor over gehad. Maar dit veranderde bij de komst van de spoorlijn. Herman Vos, ook een erfgooier van de meent, maakte prompt van de jacht een beroep.

Hij is later nog bekeurd geweest. De oorzaak hiervan was dat een van de bestuursleden zomaar op eigen houtje de gehele 6000 ha aan Koningin Wilhelmina had verhuurd. Dat was een mooie uitloop geweest voor Prins Hendrik, maar dat pakte heel anders uit; het jachtrecht bleef in handen van erfgooier Herman Vos. 

Zo kon mijn moeder uren verhalen vertellen en ze was geweldig goed, om de verschillende uiteenzettingen uit elkaar te houden. Haar vertellingen waren zo glas helder, dat men vanzelf scherp naar haar bleef luisteren. De streek rond Blaricum bleef door haar verhalen op mij een grote aantrekkingskracht houden.

Colofon

Bronnen

1 Piet van Zijl (v.d. Heemstede): De Van Zijlen vanaf 1250 waarvan 500 jaar op Ter Hul, uitgeverij Papyrus, Cothen

2 Driekus van Zijl: 'Herinneringen en verhalen uit mijn leven'

Stamboom familie Van Zijl: Moustache 


Referenties

[1] Ter Hul Interieur
[2] Stamboom familie Van Zijl
© Tekst: Driekus Van Zijl (Bunnik) © Foto voorblad: Familie Van Zijl (Bunnik)

Gerelateerde informatie


Foto’s





Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur of de eigenaar van het item. (Dorpscanon Krommerijngebied)