Deel:


Ontsporing trein

Op 7 juni 1917 ontspoorde even ten zuiden van Houten een trein. Een van de passagiers was Koningin Wilhelmina. Ze had een tweedaagse inspectiereis bij het leger in de omgeving van ’s Hertogenbosch afgesloten. 

Het is een hete broeierige donderdagmiddag. De spoorwegen controleert de spoorrails extra, omdat bekend is dat de koningin langskomt. Om half vier komt de trein uit Maastricht met 13 wagons in ’s Hertogenbosch aan en worden twee koninklijke rijtuigen aangekoppeld en een bagagerijtuig. De koningin reist in de 15e wagon. In de trein bevindt zicht 14 man spoorwegpersoneel, waarvan maar liefst acht conducteurs.

Om 4.11 uur Amsterdamse Tijd (16.51 onze tijd) nadert de 300 meter lange stoomtrein de overweg aan de Poeldijk. Daar voelt de machinist een schok, waarna hij in de lange flauwe bocht langs de trein kijkt. Hij ziet een van de rijtuigen schommelen en remt uit volle kracht. In 15 seconden staat de complete trein stil en stijgt een enorme stofwolk op. 

De trein blijkt gebroken te zijn. De eerste acht wagons zijn er nog goed afgekomen, maar 75 meter verder staat de rest. Daarvan is er één gekanteld en zijn twee andere treinstellen meegetrokken. Ook de wagons van de koningin zijn ontspoord. Uit de openingen van de gekantelde wagons klauteren mensen. Bij het overwegwachtershuisje wordt een ladder gehaald, waarmee de passagiers worden geholpen. Een chirurg uit Amsterdam en een militaire arts bemoeien zich met de gewonden. Een vrouw uit Den Haag verliest haar bewustzijn en wordt door Koningin Wilhelmina met Eau de Cologne besprenkeld.

Direct na het ongeluk krijgt de Houtense stationschef Scholten telefoon van de overwegwachter aan de Loerikseweg dat er een stofwolk is te zien en dat de telegraafdraden slingeren. Scholten laat een goederentrein uit Utrecht stoppen en reist naar de plaats van het ongeluk. Zijn collega Swanink is ondertussen op de fiets gestapt richting de rampplaats. Halverwege ontmoet Swanink een goederencontroleur die in de trein zat en naar Houten loopt om hulp te halen. Swanink fietst snel terug en 24 minuten na het ongeluk telegrafeert hij om hulp richting Utrecht-CS.

Het aantal gewonden blijkt mee te vallen; 11 personen hebben lichte verwondingen. De koningin verzekert zich ervan dat iedereen de juiste zorg heeft en vertrekt met de locomotief en de eerste twee wagons naar Utrecht. De overige passagiers nemen plaats in de kolenwagens van de gearriveerde goederentrein en volgen iets later.

Wanneer de hulpverlening op gang komt is het gaan onweren. Militairen uit Utrecht komen ter plaatse voor bewaking en diverse ingenieurs bekijken de schade om iets over de oorzaak te kunnen zeggen. Halverwege de avond arriveert ook minister Lely en stelt zich persoonlijk op de hoogte. Na 6,5 uur hebben arbeiders het spoor richting ’s Hertogenbosch hersteld. Op maandag 11 juni is de volledige ravage opgeruimd.

In het najaar van 1917 onderzoekt een commissie het ongeval. Ondanks dat er geen keihard bewijs is gevonden, wordt gedacht dat door de warmte ‘het spoor is gaan kruipen’. De rails in de bocht was te breed geworden voor de assen van de wagons, waarna deze doorzakten en de dwarsliggers versplinterden. 


Colofon

Tekst: Frank Magdelyns
Foto: collectie Spoorwegmuseum


© Tekst: Frank Magdelyns - © Foto voorblad: Spoorwegmuseum

Ontsporing trein
©: Spoorwegmuseum


Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur van het item. (Frank Magdelyns)