Deel:


De Prins te Vechten [5]

FAMILIE VAN OOSTROM

In 1884 kwam tenslotte de familie op de boerderij van Antonie van Oostrom. Hij woonde er maar liefst 43 jaar, tot 1927. Na zijn overlijden zette zijn echtgenote de boerderij nog tot 1935 voort. Hun zoon G. van Oostrom boerde er ook lang, van 1935 tot 1961 en na hem zijn weduwe, mevrouw Van Oostrom-Spithoven. In 1964 kwam Toon van Oostrom op de boerderij. Inmiddels was het bedrijf erg ongunstig komen te liggen. Door de toenemende verkeersdruk raakte hij ook in 1995 weer land kwijt voor de verbreding van de snelweg. Nadat hij de boerderij onlangs kon kopen en deze met steun van de gemeente Bunnik aan de buitenkant prachtig heeft laten herstellen, waarbij de eerder genoemde brandsporen uit 1672 tevoorschijn kwamen en een oude deur die was dichtgezet, heeft hij nu besloten om het bedrijf de oude bestemming, restaurant, terug te geven. En nu maar hopen dat de fransen niet opnieuw Utrecht willen veroveren….! 

Ria van Oostrom: Mijn man, Antoon van Oostrom, (1939 - 2011), heeft het met de beslissing om de familieboerderij te moeten verkopen eerst moeilijk gehad. De  boerderij ligt aan de Provinciale weg, en op den duur ongunstig door de toenemende verkeersdrukte. Wanneer de verbreding van de snelweg plaats vindt in 1995 raken we steeds meer land kwijt. We besluiten te verhuizen naar het huis ernaast. Antoon hakt dan de knoop door de boerderij te verkopen. We zien het verbouwd worden naar een prachtig restaurant. Hij heeft er dan helemaal vrede mee. We hebben samen nog een half jaar van dit restaurant kunnen genieten. Hij is 71 jaar geworden. Als ik ga wandelen loop ik altijd terug via de boerderij, nu Restaurant Vroeg. Een serveerster vroeg mij laatst, ‘Ria, vind jij het niet moeilijk? Nee hoor, zei ik, want ik geniet van de gedachte dat het toch nog een beetje van ons is, wetende dat Anton trots was op de boerderij en nu op dit restaurant `Vroeg`! 

‘Een boerderij heeft in mijn leven altijd een belangrijke rol gespeeld’  

Ik ben Ria van Oostrom van der Horst. In 1941 ben ik geboren op de boerderij in Cothen als oudste van de 10 kinderen. Ik sloeg de kleuterschool over, en tijdens het eerste schooljaar werd ik achterop de fiets naar school gebracht. Een paar jaar later gingen wij met meerdere kinderen lopend naar school. Dit was drie kwartier lopen. Uit school moesten wij als kinderen allemaal klusjes doen op de boerderij. In de zomer zag je dan ook het verschil tussen de kinderen van de boerderij en zij uit het dorp; wij waren bruin, de andere kinderen niet. Dat vonden wij wel eens moeilijk. In de winter, als de wegen glad waren, kwam mijn opa met het paard en de arreslee ons van school ophalen. Het paard had onder de hoefijzers scherpe punten voor grip op de weg en een mooi tuig om met koperen bellen. Zo kon je hem van verre aan horen komen. Mijn opa trakteerde ons dan met véél rondjes door het dorp, en hadden we als kinderen altijd plezier! Ik ben daarna naar de huishoudschool en de modevakschool in Bunnik gegaan. Mijn moeder moedigde mij aan met de woorden: ‘jij moet studeren!’ Deze naaischool van de zusters was destijds gevestigd op de eerste verdieping van een huis van de Jozef-stichting, Huize Agatha, een nonnenklooster. Het stond op de plaats van het huidige Bunninchem in Bunnik aan de Provinciale weg. Maar ik kon het helaas niet afmaken, want mijn moeder overleed toen ik 15 jaar was en in zo’n situatie kom je gewoon naar huis en zorgde je als oudste voor je broers en zussen.   

Antoon van Oostrom leerde ik kennen als broer van een vriendin. We kregen verkering. Hij was de oudste zoon en woonde op de boerderij de Prins. Ik deed ondertussen de boerinnen leergang want van een boerin wordt verwacht dat zij mee helpt op de boerderij en kwam met mijn eerste diploma thuis. Na een paar jaar trouwen Antoon en ik, ik was toen 23 jaar en kregen drie kinderen. Liesbeth, Gerard en Wim. Ik noem ze altijd onze prinsen en prinses van de Prins! 

Een meisje trouwt meest ook in de familie. In de familie trouwen betekent dat ik ook met Antoon zijn moeder en zusje onder één dak kwam te wonen. Anderhalf jaar later trouwt mijn schoonzusje. Mijn schoonmoeder heeft tot haar dood in 1975 bij ons gewoond. Vanaf ons huwelijk is de boerderij dus dubbel bewoond geweest, waarbij de kaaskamer rechts verbouwd werd tot woonkamer en keuken en er een tweede voordeur en raam kwam in de rechter zijgevel. Je ziet het nu als de plaats waar je ijs en friet kunt kopen. Op het erf van de Prins kun je de twee vee schuren uit de 19e eeuw nog zien en was er een 20e eeuwse hooiberg, die drie voorgangers heeft vervangen. De boerderij heeft dan ook jarenlang een agrarische bestemming gehad. We hadden 30 koeien, kippen, 300 schapen, en wat fruitbomen om te verzorgen. De deur van de boerderij de Prins stond altijd open; zo hebben we onze Boerenbond feesten en de Carnavals- en  Muziekvereniging Victoria in het Achterhuis op bezoek gehad.

Mijn man heeft het pand altijd als zodanig altijd willen onderhouden en opknappen. Maar de eigenaar, baron van Rijckevorsel, heeft dit tegengehouden. Wij zijn door hen een keer uitgenodigd op het ‘Slotje’ in Neerbosch bij Nijmegen, en zij zijn ook aanwezig geweest op ons huwelijk. 

Uiteindelijk, in 1980, kopen we de boerderij en kunnen we, met hulp van de gemeente Bunnik, de buitenkant prachtig laten herstellen. Tot onze verrassing komen we bij het bikken van de gepleisterde buitenkant van de boerderij zwartgeblakerde stenen tegen en een dichtgemetselde deur. Henk Reinders komt samen met de heer Bangma langs. 

Dat de zwart geblakerde stenen tevoorschijn zijn gekomen bij de restauratie aan de boerderij doet vermoeden dat de Fransen ook hier hebben huisgehouden, al staat dit nergens in de archieven zo genoemd. Wel weten we dat deze boerderij daarna een aantal jaren leeg heeft gestaan. Uit de archieven blijkt o.a. wel dat niemand van de bewoners op deze boerderij van 1672 tot 1675 een belastingaanslag heeft gekregen. In 1675 komt er weer leven tevoorschijn. De erfgenamen van Dirck Kip hebben Rijsoort opnieuw opgebouwd, en in 1677 werd het Utrechtse Pesthuis eigenaar van de herberg.

Namen die voorkomen op de boerderij/herberg De Prins zijn: Dirck Kip, Gerrit Teunisz. Van Doorn, Jacob de Cruyff uit ’t Goy, Arie Van Miltenburg, Jonker van Tuyll van Serooskerke, Jan Middelweert, Wijnand de Wit. Gijsbert Jerfaas Hasselman, Cornelis de Gier, Antonie van Oostrom.

 

Datering

Jaar: 1980

Locatie

Bunnik


Colofon

Auteur:

[1] Mevrouw R. van Oostrom - van der Horst

[2] Henk Reinders

Mr. drs. H. Reinders (1956 - 2006) studeerde geschiedenis en rechten in Utrecht; zijn specialisme betreft Bunnik in de 17e en 18e eeuw. 

Henk Reinders, tijdschrift Historische Kring Tussen Rijn en Lek, 1995 - 3, met:

Noten: 1 - 36 uit het Rijksarchief in Utrecht RAU

 

Foto`s: Familie van Oostrom te Vechten

[1]  vlnr Mien van Rijn met Antoon, Riet, moeder Van Oostrom met Rika op schoot, vader Gart van Oostrom

[2] Op de bok van de wagen Mien van Rijn (huIp) en Gart van Oostrom

[3] 1995, artikel Bunniks/Houtens Nieuws Henk Reinders

[4] Familie album van Oostrom 

[5] Familie album van Oostrom


Referenties

[1] Historische Kring Tussen Rijn en Lek, 1995 nr. 3

© Tekst: Ria van Oostrom (Vechten) - © Foto voorblad: Ria van Oostrom (Vechten), vlnr Mien van Rijn, lees verder Colofon

De Prins te Vechten [5]
©: Ria van Oostrom (Vechten), vlnr Mien van Rijn, lees verder Colofon
De Prins te Vechten [5]
Op de bok van de wagen Mien van Rijn (huIp) en Gart van Oostrom (©: Ria van Oostrom)
De Prins te Vechten [5]
1995 Artikel uit Bunniks/Houtens Nieuws, auteur Henk Reinders (©: Ria van Oostrom)
De Prins te Vechten [5]
Boerderij De Prin familie van Oostrom (©: Ria van Oostrom)
De Prins te Vechten [5]
Boerderij De Prins (©: Ria van Oostrom)
De Prins te Vechten [5]
Antoon van Oostrom (©: Ria van Oostrom)
De Prins te Vechten [5]
Mevrouw Ria van Oostrom van der Horst (©: Meike de Vries)
De Prins te Vechten [5]
Het verhaal verteld door mevrouw Ria van Oostrom 082021 (©: Meike de Vries)

Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur van het item. (Meike de Vries (Bunnik))