Deel:

|


Boerderij Runnenburg

Langs de provinciale weg tussen Bunnik en Utrecht ligt, ingeklemd tussen deze weg en de spoorlijn Arnhem – Utrecht, een eeuwenoude boerderij met de naam Runnenburg. Vroeger was het een grote boerderij met veel land, tegenwoordig is het verbouwd tot appartementen en is er vrijwel geen land meer bij. De boerderij is nu ingeklemd tussen de spoorlijn en de Provinciale weg.

De vroegste gegevens: de Broederschap

De oudste geschiedenis van deze boerderij is zoals zoveel boerderijen in nevelen gehuld. De geschiedenis is echter met zekerheid terug te vinden tot zeker 1470. Via via kunnen we mogelijk zelfs terug gaan tot het begin van de 15e eeuw.

Om tot 1470 terug te gaan moeten we echter eerst naar 1537. De toenmalige eigenaar, Adriaen Hermans, verklaarde toen dat hij de boerderij met een hoeve land gekocht had van de Broederschap van de Heilige Drievuldigheid.

De broederschap van de Heilige Drievuldigheid werd gesticht in 1446 door Gerrit die Keijser en zijn vrouw Heijlwigen Tijman Jansdr. Het doel was het opdragen van twee missen per week op een altaar in de Buurkerk, en verder het doen van zielmissen voor de overleden broeders. Op zondag na Bartholomei (feestdag van het altaar, waarop de broederschap gevestigd werd) werd een mis opgedragen en een feestmaal gehouden. Er mochten 33 broeders zijn, bij voorkeur uit de nakomelingen van de stichter, en 2 procurators, die de broederschap zouden besturen.

Over het land wat de broederschap bezat moest natuurlijk belasting betaald worden, en onder andere in 1470 wordt er een lijst gemaakt van de belastingplichtigen van het zogenaamde morgengeld. We lezen in 1470 dat er voor een hoeve land behorend aan een altaar in de Buurkerk 16 stoters aan belasting betaald moest worden. Omdat dit de enige vermelding van een altaar in de Buurkerk is van een hoeve land, kunnen we ervan uit gaan dat dit de bewuste hoeve is.

Intrigerend is een kwitantie van 10 november 1467, waarin Willem van Zijl verklaarde dat hij aan deze broederschap een halve hoeve land verkocht had, gelegen te Vechten, waarvan de andere helft al aan de broederschap toebehoorde. In de fundatiebrief uit 1446 van de broederschap wordt het land te Bunnik/Vechten niet genoemd. Waarschijnlijk had de broederschap de helft van de hoeve dus verworven tussen 1446 en 1467, en de andere helft van de hoeve in 1467. Als we teruggaan naar de lijst van het morgengeld van 1434 zien we dat in 1434 Geryt Snoeck en de erfgenamen van Geryt die Witten samen een hoeve bezitten.  Daarvoor had Jan Holl deze hoeve. Alhoewel het niet 100% zeker dat het over hetzelfde perceel gaat kunnen we stellen dat we met de geschiedenis van deze boerderij terug kunnen gaan tot het begin van de 15e eeuw.

Runnenburg

Vanaf de zestiende eeuw is de eigendom en zijn de gebruikers bijna continu te volgen.

Het Regulierenklooster in Utrecht had rond 1500 al veel land in Bunnik. Een van hun pachters was Adriaen Hermans. Hij werd vanaf 1490 al genoemd als landgenoot bij diverse transacties te Bunnik en Vechten en vanaf 1510 als pachter van de Regulieren. Behalve pachter had hij ook land in eigendom, namelijk de hoeve land die hij dus van de broederschap gekocht heeft.

In 1520 droeg Adriaen Hermans zijn hoeve land op aan Gijsbert van der Haer. Die gaf het land dezelfde dag weer in erfpacht aan Adriaen Hermans. In 1537 verklaarde Adriaen Hermans dat zijn hoeve land moest vererven op zijn twee zonen, Cornelis Adriaens de oude en Cornelis Adriaens de jonge. Zijn twee dochters, Adriaenke en Alijdt, werden uitgekocht voor f 100 elk. 

In 1538 volgden de beide Cornelissen hun vader op. Direct erna, op 3 juni 1538, werd de hoeve land verkocht aan Willem, vrijgraaf van Rennenberg, en zijn twee zonen Frans en Karel. Op 5 december 1544 verkocht Willem, graaf van Rennenberg, heer van Zuijlen en Oldenhoorn, deze hoeve land aan het Regulierenklooster.

De boerderij Rennenberg, of Runnenburg zoals deze nu heet, komt daarmee aan zijn naam.

Tot 1743 bleef Runnenburg eigendom van het Regulierenklooster en diens opvolger het Burgerweeshuis. In 1742 en 1743 werd een groot deel van het eigendom van de Regulieren verkocht. Runnenburg met het bijbehorende land werd op 28 mei 1743 aan Ciprianus Berger getransporteerd. Hij had het al in 1742 op een publieke veiling gekocht van het Burgerweeshuis. 

Na zijn overlijden werd het in 1785 verkocht aan Willem van Rossum en zijn erfgenamen. Waarschijnlijk in 1865, bij een openbare veiling, werd Runnenburg verkocht aan het RK Parochiaal Armbestuur. Die bleef tot in de 20e eeuw eigenaar van Runnenburg.

Omschrijving bij de verkoping van 1785

Toen in 1785 Runnenburg verkocht werd door de erfgenamen van Ciprianus Berger aan Willem van Rossum, werd er een omschrijving gegeven van wat er verkocht wordt. De omschrijving luidde toen als volgt:

Een schoon welgelegen hofstede genaamd Renneberg bestaande in een hoeve lands, met huijs, twee bergen, schuur, schaaphok, duijvenhuijs, drafkuijl, bakhuijs en boomgaard, bepootinge en beplantinge daar op staande, zijnde hof en thinsgoed van de Domainen s Lands van Utrecht, op de speciale last van twee guldens vijff stuijvers voor Hofgeld daar jaarlijks uijtgaande. Mitsgaders nog 24 mergen land, strekkende van de Groeneweg, tot aan de Rijsbruggerwetering toe, alsmede nog 10 mergen land, strekkende van de Bunnikse weg, tot aan de Vordelsloot toe. Voorts 7,5 mergen land gelegen op den Hoogen Eng, strekkende van de Groeneweg tot aan den Bunnikse weg toe. Nog 2 mergen land, strekkende als evengemeld. Eindelijk 10 mergen en ’s negentig roeden land, en alsdus te zamen en in ‘t geheel groot 69 mergen 390 roeden. zoo boomgaard, weij als bouwland, verongeldende maar voor 65 mergen, edog zoo groot en kleijn. als alle de voorsz Landerijen en derzelver strekkingen en belendingen gelegen zijn, onder den Gerecht van Bunnik en Vechten, werdende derzelver Hofstede en landen in huure gebruijkt bij Cornelis Jansz Davelaar en Neeltje van Schaik Echtelieden, voor de zomme van 850 guldens jaarlijks eens geld, dewelke daaraan nog huure hebben tot Primo January en Primo Maij 1800. Welke huur den koper zal moeten uijthouden, volgens de huurcedulle den 19 February 1780 voor de Notaris Jan Tieleman Blekman en getuijgen binnen Utrecht gepasseert, waartoe bij deeze werd gerefereert.

Opvallend is het schaaphok en de drafkuil. Er zijn weinig tot geen boerderijen in Bunnik waarbij dit vermeld wordt.

De boerderij is nu, anno 2021, verbouwd tot appartementencomplex. Aan weerszijden van de gang over wat vroeger de deel was zijn kleine appartementjes gebouwd. Het voorhuis werd in zijn geheel verhuurd. In dit voorhuis zijn een paar elementen nog bewaard gebleven, zoals een 18e eeuwse (?) haard en een middeleeuwse kelder.

Datering

Jaar: 1434

Colofon

Auteur Henk Blok

Adres: Provincialeweg 77, 3981 AM Bunnik

Foto:

[1] Henk Blok [2020] Boerderij Runnenburg

[2] Henk Blok [2021] De haard in het voorhuis van Runnenburg

[3] Berdien [2021] De kelder met het tongewelf en een waarschijnlijk 18e eeuwse pekelbak


© Tekst: Henk Blok - © Foto voorblad: Boerderij Runnenburg Henk Blok (Bunnik)

Boerderij Runnenburg
©: Boerderij Runnenburg Henk Blok (Bunnik)
Boerderij Runnenburg
De haard in het voorhuis van Runnenburg (©: Henk Blok)
Boerderij Runnenburg
De kelder met het tongewelf en een waarschijnlijk 18e eeuwse pekelbak (©: Berdien)


Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur van het item. (Dorpscanon Krommerijngebied)