Deel:

|


15e eeuws handschrift over de Agneskerk in Cothen

Het benoemen van een predikant of een koster heeft in ’t verleden in de Hervormde gemeente van Cothen veel voeten in aarde gehad. Hoe gebeurde dit benoemen of beroepen? De acta van de vergaderingen van de classis blijken een belangrijke bron te zijn om een beeld te vormen van de Hervormde gemeente te Cothen.  Zelfs een 15e eeuws handschrift, afkomstig uit kasteel Rijnestein, blijkt op een gegeven moment de koers van het benoemen te bepalen! 

Het is 21 juni 1659 als de predikanten van de hervormde gemeenten in zuidoost-Utrecht bij elkaar komen in Wijk bij Duurstede voor hun driemaandelijkse vergadering van de classes Rhenen-Wijk. De classis is opgericht eind 1619, vlak na de synode van Dordrecht waarop een andere kerkorde in ons land is vastgesteld. Een belangrijk punt is de voordracht aan de Staten van Utrecht voor een nieuwe koster, tevens schoolmeester, van Cothen. Er blijken twee kandidaten te zijn, Michiel Berendsen en Jacob Hendricksen Munx. Michiel wordt namens de gemeente voorgedragen door Godefridus Dellius, dominee te Cothen van 1641 – 1680. Hij is de schoonzoon van de overleden koster, Peter Willemsen. Jacob wordt voorgedragen door Cajus Bartrant Brockdorff, heer van Doorn, in zijn hoedanigheid als vader van Cajus Laurentius Brockdorff, domproost te Utrecht. 

De domproost is een belangrijk man want hij is ambachtsheer van onder meer Cothen. Dominee Dellius weet dit en hij heeft zwaar geschut meegebracht. De classes krijgt van hem een authentieke kopie van een oude akte over ‘het recht der Gemeynte van Cothen` in het (zelf) beroepen van een coster’! Dat stuk dateert van 20 juli 1446 en het recht is verleend door de toenmalige domproost, Gijsbert van Brederode. De classes is overtuigd en draagt Michiel Berendsen voor die kort daarna ook officieel wordt benoemd. De notulen van de classes zijn uitgebreid, - in mijn ogen – soms hilarisch, èn nauwgezet. Vermeld wordt dan ook dat in de kopie van dominee Dellius staat wat de bron ervan is. Die bron is een boek dat is getiteld: ‘Dit is Sinte Agnieten Register ende boeck van den kercke van Cothen’. Het recht staat op folio 11 en op folio 23 verso.1

Zoeken met een lampje 

In een voetnoot verwijst Cees Dekker in zijn boek Het Kromme Rijngebied in de middeleeuwen (1983) voor de naam van de patroonheilige van het kerkje Sint Agnes, naar een door Voets gememoreerd vijftiende-eeuws handschrift van Daniël van Nieuwaal.2 (Overigens is mij een eerdere vermelding van de parochie bekend en wel uit 1302.)3 We kunnen er bijvoorbeeld uit afleiden dat er in 1463 elf boeken in de kerk waren. Tot mijn grote verrassing krijgt ook de bovengenoemde gememoreerde acte van 20 juli 1446 aandacht! 

Voets was ooit kapelaan te Cothen en heeft in 1949 een uitgebreid artikel gepubliceerd over katholiek Cothen.4 Voets zijn bron over het handschrift was de Schalkwijkse pastoor Hofman waar het handschrift in zijn boek over kasteel Rijnestein voorkwam.(1904). Hofman zijn bron was de hoogleraar A. Matthaei. Hofman zegt dat daarin wordt gemeld dat Daniel van Nieuwaal een handschrift heeft gemaakt en ‘op zijnen heem Rijnestein zorgvuldig heeft bewaard’. Aan Matthaei wordt deze vondst van het handschrift op Rijnestein toegeschreven (Hofman). De publicatie van Matthaei, ‘Fundationes et Fata eccles’, bevat informatie over de kerk, – ik citeer – ‘des H. Jonckvrouwen St. Agnieten’ in Cothen. Geciteerd wordt dat het inderdaad het handschrift van David van Nieuwaal is. Hofman is niet de enige die de pagina’s over Cothen in de publicatie van Matthaei/Matthaeus heeft gezien. In 1719 verschijnt een driedelig boek van de hand van H.V.R. (H. van Rijn) over de geschiedenis van het bisdom Utrecht, waarin in  het tweede deel een aantal pagina’s aan Cothen is gewijd. Uit de tekst, hij noemt het handschrift van Nieuwaal, is op te maken dat hij de publicatie van Matthaeus moet hebben gebruikt. Dit geldt ook voor het zesdelige werk van Van Mieris (1725 – 1726) over de kerkelijke historie der Zeven Verenigde Provinciën. Het tweede deel bevat enkele pagina’s over Cothen.  

St. Agnes

De heilige Agnes is de patroonheilige van hoveniers, jonge meisjes en verliefde stelletjes. Ze wordt dikwijls afgebeeld met een lam (‘het lam Gods’= Christus).7 De Utrechtse kerk heeft een heel oude band met Agnes. Immers bisschop Balderik heeft in het jaar 964 vanuit Frankrijk relieken van St.-Agnes laten overbrengen naar de Domkerk te Utrecht. Op een kalender uit circa 1150 met (achttien) heiligen waarvan de feestdag in Utrecht werd gevierd, staat ook de heilige Agnes (21 januari). Overigens komt haar naam niet voor in een Utrechtse litanie – met twaalf heiligen – van omstreeks het jaar 1000. 8

Het gebied van Cothen behoorde vanouds tot de (uitgebreide) bezittingen van de Utrechtse kerk. Rond 1040 is een deel van die bezittingen verdeeld tussen het kapittel van Oudmunster en het Domkapittel (gelieerd aan de Domkerk). Aan het Domkapittel kwamen onder meer bezittingen te Doorn (met een al in de negende eeuw genoemde kerk), Cothen en Amerongen. Rond 1200 vond binnen het kapittel een verdere verdeling plaats. Als gevolg daarvan kwamen genoemde bezittingen aan het hoofd van de Domkapittel, de proost.9 Dit is ook de achtergrond van het feit dat de dwars door Langbroek lopende aloude weg Doorn – Cothen op een gegeven moment de Domproostenweg werd genoemd.10 Deze weg dateert van vóór de ontginning van Langbroek, (tussen circa 1125 – 1150). Aannemelijk is dat de kerk van Cothen, vanuit Doorn door het Domkapittel is gesticht en dat dan – zoals Dekker zegt – op zijn laatst in de twaalfde eeuw. Dat de kerk is gesticht door het Domkapittel, wordt onderbouwd door het feit dat (de proost van) het kapittel het collatie- of patronaatsrecht van de kerk bezat (bijvoorbeeld in 1342). 

Kort gezegd, was het patronaatsrecht het recht om zelf een pastoor te benoemen en later het recht om een pastoor ter benoeming aan de bisschop voor te dragen. Dit recht kwam in de regel degene toe die een kerk in eigendom had (bijvoorbeeld door schenking). Dat het Domkapittel bij de stichting van de Cothense dochterkerk een bekende heilige uit de eigen Domkerk tot patroon-, tot beschermheilige ervan heeft gekozen, is mijns inziens dan ook goed voorstelbaar.11 

Daniël van Nieuwaal was zeer begaan met de Cothense kerk, wat ook wel blijkt uit zijn handschrift. Waarschijnlijk heeft hij dit in de periode 1460 – 1465 opgesteld. Het handschrift was in ieder geval in 1659 nog in de kerk danwel op Rijnestein aanwezig omdat dominee Dellius het noemt. Hofman die rond 1900 van het huisarchief uitgebreid gebruik heeft gemaakt, zal het niet meer hebben aangetroffen, daar hij expliciet verwijst naar de publicatie van Matthaeus. 

Datering

Jaar: 1446

Locatie

Cothen

Colofon

Auteur: Ad van Bemmel

Dr. A.A.B. van Bemmel is sociaal geograaf. Zijn historisch onderzoek richt zich vooral op het Kromme Rijngebied en op Cothen.

Bron: Historische Kring Tussen Rijn en Lek: tijdschrift 2003 - 1/2

N.B. Voor de specifieke bronvermeldingen wordt verwezen naar het artikel zelf dat te vinden is op de website van de Historische Kring: zie, publicaties, inhoudsopgave tijdschriften

Foto: Prent, tekening, schilderij

RAZU, cat. 96076, datering: 1740 - 1780


Referenties

[1] Historische Kring Tussen Rijn en Lek, 2003 - 1/2

© Tekst: Ad van Bemmel - © Foto voorblad: RAZU cat. 96076

15e eeuws handschrift over de Agneskerk in Cothen
©: RAZU cat. 96076


Reageren

Via onderstaand formulier kunt u een reactie achterlaten voor de auteur van het item. (gebruiker Cothen)